Ooit maakten Barend, Eddy en Hortence deel uit van een bijeengesprokkeld gezin, dat woonde aan de Marowijnerivier in het dorpje Albina in Suriname. Een schokkend sterfgeval maakte een einde aan hun wankele verbintenis. Met zijn moeder en broertje keerde Barend terug naar Nederland.
Tweeëndertig jaar later schrikt Hortence op door een onverwacht telefoontje van Barend. Oude wonden gaan open. De drie personages proberen vertwijfeld de dramatische gebeurtenissen uit hun verleden te reconstrueren en eens en voor altijd vast te stellen of ze nu dader of slachtoffer waren.
De karakters in Drijfhout worstelen met de band tussen ouders en kinderen, liefde, klassenverschillen en het kunstenaarschap. Annette de Vries laat overtuigend zien hoe Surinamers en Nederlanders proberen verbitterde verhoudingen te herstellen.
‘Wil je ook een sigaar?’ vroeg ma Amimba. Ik keek wantrouwig naar haar op. Zat ze mij voor de gek te houden? Haar gegroefde gezicht stond echter nog net zo vriendelijk als daarnet. ‘Nee, mevrouw. Ik mag geen sigaar. Ik ben nog maar een kind,’ zei ik plechtig. Ma Amimba produceerde een diepe buiklach. ‘Jij bent geen kind meer, Barend. Daarvoor draag je een te zware last. Dus als je een sigaar wilt proberen, neem er dan één. Je kunt een paar trekjes nemen en je hoeft niet te inhaleren.’ Met een diep, onverklaarbaar gevoel van opluchting viste ik een sigaar zo dik als de pols van mijn broertje uit het doosje en stopte hem in mijn mond.