| Zonder veel geschreven te hebben, was ik twintig jaar schrijver. In die twintig jaar was er genoeg voorgevallen om een autobiografische roman mee te kunnen vullen. Alleen al met wat er in die tijdspanne niet was voorgevallen, succes namelijk, was ik vele hoofdstukken zoet. Dat was dan ook de kritiek op mijn eerste roman. Kritiek van een beroemde schrijver. In mijn roman noemde ik die beroemde schrijver ‘mijn leermeester’. Hij kwam er vaak in voor. ‘Allicht te vaak,’ schreef hij me in een brief. ‘Het maakt mij verlegen.’ Als hij mijn eerste roman een lor zou hebben gevonden, dan had ik het manuscript vast nooit naar mijn uitgever gestuurd.
Toen ik op een morgen de post op de vloer in de gang hoorde vallen, verliet ik halsoverkop en met een halve boterham tussen mijn kaken de ontbijttafel. Wuivend met de brief waarop in fijne zwarte stift mijn naam en mijn adres in een uit duizend te herkennen handschrift stond gekalligrafeerd, nam ik opnieuw plaats. ‘Van hem,’ zei ik.
In Het boek is beter dan de vrouw schrijft Koenraad Goudeseune brieven aan zijn vrienden, medeliteratoren, vriendinnen, uitgever. Hij vertelt daarin over alledaagse voorvallen, zijn strijd met de literatuur, zijn afkeer van de dagelijkse sleur en drinkt daarbij af en toe wat bier. Een enkele keer wat meer. Doorspekt met anekdotes, openhartige verslagen van nachtelijke escapades en de eeuwige zoektocht naar erkenning en liefde is Het boek is beter dan de vrouw de neerslag van een jaar uit het leven van een worstelende schrijver.
Zie ook het weblog van Koenraad Goudeseune bij Het boek is beter dan de vrouw |